20050211 Met je voeten in de klei
Warm was op die elfde februari tweeduizendvijf in Yogjakarta, en vochtig, alsof die klamme deken onderdeel van je lichaam was geworden. Twee dagen en één jaar na de laatste verjaardag van onze moeder waren mijn zus en ik op een onduidelijke zoektocht naar ons verleden, onze wortels, "onze roots".
Het serieuze gedeelte in Bandung hadden we al achter ons gelaten, zoals je eerder hebt kunnen lezen. Het huis van onze vader en de begraafplaats waar de herinnering aan onze grootvader werd bewaard hadden we inmiddels vierhonderd kilometer achter ons gelaten via een indrukwekkende maar lange boottocht vanaf Cilacap.
Jogjakarta, Yogjakarta, Yogyakarta of gewoon Yogja dus. Tijd voor ontspanning en vooral om leuke lokale en interessante activiteiten te ondernemen. Van massage door visueel gehandicapten (maar daarover later meer), Kerok (massage met een koperen munt, maar daarover later nog meer), het bezoeken van een sojafabriek en zelf meewerken met het maken van bakstenen besloten we mee te helpen met het planten van rijst.
Tot halverwege je onderbenen in het warme modderige water bukken, rijstplantje in de zachte modder drukken, opzij stappen, planten, opzij stappen, planten...
Toen we klaar waren rechtte ik mijn rug en keek over de uitgestrekte sawa's. Ik keek mijn zusje aan, ik voelde plotseling de behoefte om "zusje" te denken in plaats van zus, en realiseerde me dat ik met "mijn poten in de klei" stond. Ik voelde in de warme sompige moddermassa de wortels, woelde nog wat met mijn tenen en realiseerde me dat ik in contact was gekomen met "mijn roots"', althans een gedeelte daarvan.


Reacties
Een reactie posten